Villa Doodeerlijk

Helemaal eerlijk? Ik voel me vaak opgesloten, doodmoe, uitgeput. Zonder energie, fucking om zeep, duizend-en-één keer vallen en weer rechtop kruipen. Pakweg de laatste zes jaren nabeschouwend is dit het geval (met gelukkig tussenpozen waarin een beetje vrijheid-liefde-evenwicht-gelukzaligheid-ontspanning wordt ervaren). Geen hedendaagse burn-out heb ik last van, nee hoor, dat is het niet. Nog eerder in de richting van bore-out dan, als het kind een naam moet hebben. (Chronische) depressie is een term die ook wel eens plots zwart op wit uit de lucht valt. Nou, over mijn verleden ga ik wijselijk zwijgen, want zovele (pijnlijke) verhalen te vertellen. Het gaat over eerlijkheid hier&nu, en wat dat betekent voor de verdere toekomst die ik creëer. Voor mijzelf, de dochter die in mijn leven kwam, en de dierbaren naar de achtergrond verschoven. Uiteindelijk voor iedereen om mij heen: buren, kennissen, vrienden, passanten, medeleerlingen. Op grotere schaal de hele mensheid, en het dierenrijk niet te vergeten. Ik verlang een leefbaardere wereld voor alle wezens op een planeet die kan herademen. En eerst en vooral wens ik mezelf een veilig en schoon woonplekske toe waar ik ein-de-lijk RUST kan ervaren (de innerlijke rust in opbouw die dan “veruiterlijkt” wordt). Waar ik gewoon mijn eigenste zelf mag zijn, als basis om mijn steentje bij te dragen in onze samenleving die ook mijn talenten en krachten kan gebruiken. (Hoorde u al van ikigai bijvoorbeeld?)

Het is een zoektocht, een queeste, en ik heb onderweg wel al ’t een en ’t ander gevonden, daar niet van. Ik glijd nog dikwijls uit in de modder, richting afgrond. Again and again, like a never ending story. Ik verlies mijn balans, mijn humor, mijn levensvreugde. Misschien uit angst voor de volgende stapsteen – een aangehaalde klassieker die voor mij eigenlijk zelden opgaat, ik kan redelijk wat moed en durverij vertonen, ik heb nou eenmaal weinig te verliezen -, misschien omdat die stapsteen gewoon fysiek te ver weg ligt en ik (nog) niet kan vliegen, misschien uit onbewustzijn, misschien uit een groot gevoel van zinloosheid. Misschien omdat ik mezelf weer eens helemaal kwijt ben on the road. Waar was ik ergens gebleven? Wie was ik ook alweer? Uit welke dromen ben ik ooit geboren? Wat was mijn doel? En waarom vooral ontmoet ik die en die individuën? Wat komen zij mij vertellen en ik hen? Zo verwarrend, ik begrijp dat allemaal niet, ik kom van een nóg andere planeet.

Het vertrouwen dat ik had in wat ik dit jaar 2018 aan het doen ben, is nu efkes de mist in. Mijn vanzelfsprekendheid wat kwijt. Ik kan amper nog plannen of een agenda bijhouden. What the fuck is going on. Ik ben volledig content en in vrede met de keuze om mijn huis te verkopen in de stad zonder concrete opvolging van woonst, dat is wel zeker. Een belangrijke broodnodige mijlpaal die ik heb genomen, but what is next… Een grote verrassing. Eigenlijk zovele opties. Should i stick to the tiny house? Pas op, ik kan leven met onzekerheid – you know, that’s life actually, dude – maar de laatste week wordt er efkes serieus in mijn soep geroerd. En na de zomer is het al zo ver dat ik hier wegtrek, want verhuizen als het winter wordt is gewoonweg geen goed idee want redelijk onnatuurlijk. Euhm, september, dat is niet eens zo heel lang meer… Waar voorlopig naartoe? Welk nieuw nestje waar bouwen?

Als ik doodeerlijk ben, is er naast deze lichtelijke rusteloosheid, opspelende vermoeidheid, opperste verwarring, en veel terugkerend verdriet, ook een grote oprechte woede in mij. De boosheid van de das. Onlangs heb ik in een bos mijn eerste wilde das ontmoet. Dat was een schone ervaring. We keken elkaar wat aan en gingen dan gewoon verder onze eigen weg, niks speciaals aan de hand. Hij had mij eerst gezien en stilgestaan. Ik was net iets minder opmerkzaam op hem. Verrast bleef ik ook stilstaan, tikkeltje argwanend (euhm, wat doe je als je een echte das tegenkomt? is dat enigszins gevaarlijk?) maar eigenlijk eerder curieus. Op zijn gemakje ging hij verder zijn gangetje rondsnuffelend naar eten ofzo, en ik wandelde voort alleen in de avondschemer de boshelling op. Verder nog een hertje doen weghuppelen tussen de bomen. Tot daar het verhaaltje van één van mijn tochtjes door de wouden van Orval. Symboliek van wezens onderweg, niet te onderschatten! De reiger is trouwens een vogel die al langer mee met mij onderweg is, tijdens fietsreis twee zomers terug was ie pertinent aanwezig. Door waterrijk Nederland fietsen helpt daar wel bij. 😉 Nou, vorige week op een speciale dag zag ik er ’s morgens twee(!) samen vliegen over de Dijle. Meestal spot ik een reiger alleen in stilte aan de oever… Euhm, maar, dus, waarom was ik ook alweer zo verschrikkelijk diep existentieel BOOS?

Ik ben kwaad omdat alles zo ingewikkeld is geworden, omdat we zo individualistisch leven en het stamgevoel zo ver weg lijkt, omdat ik uit de boot val omdat ik eigenlijk vooral logische dingen doe die echter niet zo breed geaccepteerd worden in dit stukje maatschappij. Ik wil gewoon in een mini houten huisje wonen en stukje grond daarrond verzorgen, maar eigenlijk mag dat legaal helemaal niet in de regio waar mijn roots liggen. Ik heb mijn dochter een vijftal jaar mamamelk gegeven, en dat is blijkbaar bijna not done terwijl het eigenlijk de godverdomse plicht is van alle moeders maar dat mag ik dan weer niet luidop zeggen. Ik ben zo kwaad om alle gemiste ondersteuning daaromtrent, én dat ik die niet meer opeiste voor mezelf. Ik ben zo verschrikkelijk boos om de onderwaardering van moederschap in het algemeen. Vindt u het niet een beetje gek, die tendens van ploetermoeders, huilbaby’s, alleenstaande mama’s – om slechts een kleine greep uit de indicaties te noemen? Er loopt zoveel mis bij geboorte en gezin, de basis van alle leven… Hallucinant gewoonweg. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Een boek wat gelukkig al is geschreven, en ik van harte kan aanraden, is Vrije Geboorte. Lezen, alsjeblieft! Daarnaast ben ik nog boos omdat ik zoveel onmacht in mij voel. Om te zeggen waar het precies op staat. Om mijn grenzen aan te geven. Om toe te geven dat ik het eigenlijk amper kan; tegoei voor mijn dochter zorgen in deze omstandigheden, een reguliere job uitoefenen, een sociaal masker opzetten. Mijn design is daar blijkbaar niet voor gemaakt, ik ben anders geprogrammeerd. (Voor wie een etiketje wil: eventueel multipotentionalite.) En mogen de uitzonderingen – heus niet alleen ik! – alsjeblieft ook gewoon bestaansrecht hebben? Mogen zij comfortabel wonen&leven hoe het voor hun past, zodat ze hun taken naar behoren kunnen uitoefenen? Mogen zij hun leven inrichten naar eigen wensen zonder teveel last van allerlei instanties en regelgeving die vooral rekening houdt met gemiddeldes? Oók als ze even de pedalen kwijt zijn, of het noorden, of hun levenslust?

O ja, en ik ben ook nog boos omdat er zoveel ziekte is en (nog) zo weinig veganisme. Zoveel aardeverkloting. Zo weinig deugddoende verbinding en empathie en begrip en heiligheid. Het tij is gelukkig aan het keren, doen jullie allemaal mee? Vijf voor twaalf.

Nou en of dat ik op enter duw en dit publiceer.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s